Faro de Anaga rondwandeling

Anaga is het noordoostelijke schiereiland van Tenerife. Het bestaat uit steil, vulkanisch gebergte tot wel 1000 meter hoog, ruige kusten, diepe kloven, authentieke dorpen en groen, dichtbegroeid nevelwoud. Niet voor niets is dit ca. 14.500 hectare grote gebied sinds 1987 als Parque Rural de Anaga beschermd.


De Roque del Dentro is beeldbepalend voor de ruige noordoostkust van Tenerife
De Roque del Dentro is beeldbepalend voor de ruige noordoostkust van Tenerife

Centraal in het uiterste noordoosten ligt het gehucht Chamorga. Hier eindigt de weg over de kam van het Anagagebergte en starten diverse, vaak pittige, wandelingen die onderling met elkaar te combineren zijn. We komen er door vanuit San Andrés, waar het prachtige zandstrand Las Teresitas is gelegen, de TF-12 richting El Bailadero en Taganana te volgen. Deze goed geasfalteerde weg slingert zich langs de groene, rijkelijk met wolfsmelk (cactussoort) begroeide hellingen van de Barranco de las Huertas omhoog. Al ter hoogte van kilometerpaal 3 worden we welkom geheten in het Parque Rural de Anaga. Af en toe passeren we een afgelegen woning of finca. Ondanks het klimmen blijven we door het groen rijden, hoewel de begroeiing lager wordt en de wolfsmelk plaats heeft gemaakt voor de “gewone” vijgcactus. De weg is zo te zien erg geliefd bij wielrenners en daardoor is het soms oppassen geblazen.

Bij de splitsing met de TF-134 is het zaak de TF-12 richting El Bailadero en La Laguna te blijven volgen. De TF-134 daalt na een tunnel af naar Taganana en Almaciga en hoewel dat ook heerlijke dorpjes zijn om even rond te kijken, liggen die nu niet in ons plan. Wel is het de moeite waard om die weg ongeveer 3 km te volgen naar een uitkijkpunt over de ruige noordkust bij Benijo.


Taganana vanaf een uitkijkpunt aan TF-134
Taganana vanaf een uitkijkpunt aan TF-134

De laatste 8 km naar Chamorga voert de weg over de bergkam door het tropisch aandoende nevelwoud. Dat levert aan beide zijden prachtig zicht op, mits de vrijwel voortdurend aanwezige bewolking of nevel het uitzicht niet belemmert natuurlijk.
We parkeren de auto aan het begin van het dorp bij de bushalte achter het witte kerkje. Hier beginnen ook een paar wandelroutes. Aan de auto’s te zien zijn we niet de enigen die deze bewolkte, maar aangename dag hebben uitgekozen om een stevige wandeling te maken. Bij een stenen pad naast het kerkje dat meteen schuin omhoog gaat, staat een informatiebord over de mogelijke wandelingen en drie wegwijzers. De 14 km lange Faro de Anaga rondwandeling staat als route PR-TF 6 aangegeven en de wegwijzer naar El Draguillo (2,9 km) is de enige die in de goede richting wijst.

Al meteen zit de klim er goed in. Het pad is steenachtig en dus hier en daar oneffen, waardoor onze ogen vooral op de grond gericht zijn om misstappen te voorkomen. Maar het ontgaat ons niet dat we door een dicht, donkergroen bos lopen. Op de schaarse vlakke delen is het even bijkomen en kunnen we om ons heen kijken.


De klim zit er al meteen goed in
De klim zit er al meteen goed in

De klim leidt tot de bergkam, tevens een splitsing van wandelroutes. Handig dat hier geen wegwijzer staat. De wandelgids van Deltas beschrijft slechts dat we bij dit bergzadel ‘afdalen’ naar El Draguillo. In dit geval blijkt ‘afdalen’ gewoon rechtdoor en dat gokken we gelukkig goed. De afdaling slingert door het dunne laurierbos en is flink (650 meter!) en rotsachtig; we krijgen pijn in onze nek van het naar beneden kijken en onze knieën krijgen het ook zwaar te verduren. We voelen ons een stelletje klunzen ten opzichte van de twee trailrunners die ons mét hond tijdens de steile afdaling passeren.


Tijdens de steile, rotsachtige afdaling is het soms oppassen geblazen
Tijdens de steile, rotsachtige afdaling is het soms oppassen geblazen

Al snel komt El Draguillo in zicht, maar het is duidelijk dat we daar niet zomaar zijn. Als we halverwege de afdaling bij een kruispunt van wandelroutes een korte pauze inlassen om van het uitzicht te genieten, komen ons een paar Britten tegemoet. Zij zijn juist bezig met de steile klim vanuit El Draguillo en zo te horen en te zien, mogen we blij zijn dat wij dit stuk afdalen.


El Draguillo in het vizier
El Draguillo in het vizier

Dat we El Draguillo naderen, kunnen we zien aan de akkerterrassen waar we langs lopen. Zo te zien hebben ze hun beste tijd gehad en zijn ze in geen jaren gebruikt. Uit het geblaf van een hond maken we op dat er toch nog leven is in dit ogenschijnlijk verlaten gehucht, dat dankzij een onverharde weg toch nog per auto vanuit Benijo bereikbaar is. Even later zien we ook een bruingebronste, maar smoezelige jonge man van een van de akkers vandaan komen. Hij lijkt zich weinig aan te trekken van al die vreemdelingen; zegt ons vriendelijk gedag en doet gewoon z’n ding.
Waar het pad het dorp in komt, staat een drakeboom, waaraan het z’n naam te danken heeft. De bast is vol gekerfd met namen en jaartallen en wij spelen dit vandalistische spelletje mee. Maar wel met een pen.


De drakeboom waaraan El Draguillo zijn naam te danken heeft
De drakeboom waaraan El Draguillo zijn naam te danken heeft

Direct na de drakeboom zouden we rechtsaf moeten, maar daar staat op een bordje “Peligro Danger” en op de paal eronder een geel-wit kruis geschilderd. Dat betekent dat het niet de juiste route is. Ook links op de muur staat een geel-wit kruis, dus we moeten ook niet het dorp zelf in. En linksaf kan ook niet kloppen, want dat is de heel andere kant op. Het informatiebord biedt ook geen uitkomst, want dat is veel te ongedetailleerd. Omdat we toch echt rechts moeten aanhouden om langs de noordkust te kunnen lopen, kiezen we ondanks het kruis toch voor het pad rechtsaf, dat eerst een klein beetje afdaalt om een klein ravijn over te steken. Vervolgens stijgt het pad flink en ligt El Draguillo alweer lang en breed achter ons.


Al gauw ligt El Draguillo achter ons
Al gauw ligt El Draguillo achter ons

Nu we de noordkust hebben bereikt, kunnen we gerust zeggen dat we een klifwandeling maken. We trotseren via een smal pad steile hellingen dat in eerste instantie door grof, los gesteente voert en daardoor hier en daar gewoon link is. Het uitzicht over de ruige kust is adembenemend.


Steile hellingen en los gesteente vragen om stalen zenuwen
Steile hellingen en los gesteente vragen om stalen zenuwen

Als de hellingen weer een beetje groen worden, komt het gehucht Las Palmas in zicht met daar achter de vogelrots Roque del Dentro. Het smalle, vlakke, maar nog steeds hier en daar linke pad volgt de contouren van de hellingen en ravijnen. Niet eerder zagen we de enorme vijgcactussen als zachte matrassen die onze val zouden kunnen breken. Las Palmas bestaat welgeteld uit twee of drie huizen. Hanengekraai is het enige dat we er horen en een wapperende vlag in de kleuren van Tenerife het enige dat op de aanwezigheid van mensen zou kunnen duiden. Hier is de helling misschien wel het steilst en ligt de ruige zee 150 meter onder ons.


Las Palmas en Roque del Dentro komen in zicht
Las Palmas en Roque del Dentro komen in zicht


Enorme vijgcactussen langs de gevaarlijk steile helling bij Las Palmas
Enorme vijgcactussen langs de gevaarlijk steile helling bij Las Palmas

Na Las Palmas moeten we weer geleidelijk aan klimmen. De hellingen zijn groen en het pad is meer overwoekerd. Dat levert ons bij de rots met een vervallen stenen wijnkelder problemen op. We zien niet hoe het pad verder gaat. Het lijkt rechts richting de kelder te lopen en dus halen wij gevaarlijke capriolen uit om daar voor langs te gaan. Bovenop dezelfde rots lijkt een soort waterreservoirtje te bestaan, maar die nodigt niet bepaald uit om ons op te frissen. Hier komen we er ook achter dat we helemaal niet voor de wijnkelder langs hadden hoeven lopen; het overwoekerde pad ging juist nog vóór de rots naar links verder.


Gevaarlijke capriolen bij een vervallen wijnkelder
Gevaarlijke capriolen bij een vervallen wijnkelder

Vanaf hier gaat het pad verder langs de steile hellingen. De Roque del Dentro hebben we nu voltallig in beeld. De lage begroeiing is fel van kleur en knalt daardoor lekker tegen de achtergrond. We schrikken door het geritsel tussen de struiken, dat meer is dan een hagedis die weg schiet. Het blijken wilde geiten, die zich weinig van onze aanwezigheid lijken aan te trekken.


Wilde geiten stellen zich verdekt op tussen de struiken
Wilde geiten stellen zich verdekt op tussen de struiken

Omdat de tijd nu toch wel begint te dringen, willen we graag dat de vuurtoren van Anaga snel in zicht komt. Het slalommen over het overwoekerde pad lijkt echter een eeuwigheid te duren. Het loopt al tegen 16:45 uur als we er zijn. Vanaf dit punt zijn er twee mogelijkheden om terug te keren naar Chamorga: een route van anderhalf uur (4,4 km) via de Barranco de Roque Bermejo, of het bergpad PR-TF 6.1 over de Montaña Fajada dat volgens de wandelgids in één uur (3 km) naar Chamorga leidt. Gelet op de tijd kiezen we voor de laatste.


Zicht op de Barranco de Roque Bermejo
Zicht op de Barranco de Roque Bermejo


Nog maar het begin van het steile bergpad over de Montaña Fajada
Nog maar het begin van het steile bergpad over de Montaña Fajada

Het pad is ontzettend steil en rotsachtig en ook weer af en toe link. De voortdurende klim van één uur levert dan toch een omkeerpunt op; ineens zijn we het zat. We hadden het pad door de Barranco moeten nemen, ook al betekende dat vanaf de vuurtoren eerst een flink stuk afdalen. Na een uur klimmen zijn we pas op de bergkam. Vanaf hier is het nog een half uur over een rotsachtig pad afdalen naar Chamorga. Niet geschikt dus voor zwakke knieën.


De laatste loodjes richting Chamorga
De laatste loodjes richting Chamorga

Om 18:15 uur zijn we bij de auto, die er nu alleen bij staat. Het lukt ons om het laatste uur te vergeten en we zijn trots op onszelf. Met ons laatste beetje water toosten we erop.

Meer berichten over Tenerife

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

* Please Add the Values